Spreektekst Begroting 2018 e.o. (PS-vergadering 8-11-2017) (2)

Voorzitter, voor ons ligt de Begroting 2018, een goed leesbaar stuk. Leuk zijn de kadertjes bijvoorbeeld in het begin, waarin staat wat met het bovenstaande bedoeld wordt. Ik vroeg mij af waarom die kadertjes alleen in het begin stonden. Is de begintekst zo moeilijk dat die uitgelegd moeten worden of waren de kaders op?

Er zitten nog wel wat kleine foutjes in. In de grafieken op de pagina’s 23 en 24 zitten kommafouten. Daar moet of ‘x 1000’ staan of de punt moet een komma zijn. De bedragen die er nu staan nemen internationale vormen aan.

Waar wij niet blij mee zijn, is de late uitnodiging (namelijk pas op 5 oktober om 14.58 uur) voor de besloten bijeenkomst met GS op 9 oktober over de begroting. Maar echt ontevreden zijn wij over het totaal ontbreken van een reactie op onze opmerkingen daarover. Dat betreuren wij. Wij vroegen ons op dat moment af of GS eigenlijk wel willen dat de Staten meepraten over een open proces voor de vrije ruimte.

Het was zo gezellig op die achternamiddag op de kamer van gedeputeerde Baljeu (ook de koffie was heel goed te doen) en wij dachten: wij zijn nu vrienden voor het leven. Misschien zijn we dat wel, maar op het moment dat wij van diezelfde gedeputeerde die brief kregen en wij niet mee konden doen omdat de agenda vol was, dat gaat ons te ver. Dat is natuurlijk erg jammer. Ik ga ervan uit dat de gedeputeerde dat in haar beantwoording helemaal gaat verklaren en absoluut gaat goedmaken.

In de inleiding wordt aangegeven dat GS het tijd vinden voor een strategische discussie. U begrijpt dat wij daaraan natuurlijk graag meedoen. Wij hebben met zijn allen nog steeds niet bedacht wat wij met de reserves gaan doen die behoorlijk oplopen. Gaan wij de opcenten verlagen – ik noem maar even iets willekeurig –, gaan wij meer infrastructuur aanleggen of gaan we toch iets anders doen? Het wordt heel interessant om daarover met zijn allen te discussiëren.

Waar zijn wij minder enthousiast over? U begrijpt natuurlijk wel dat mijn bijdrage zich zal kenmerken door ups en downs als het gaat om enthousiasme. Minder enthousiast zijn wij over het aangaan van fusies, en vooral over de gang van zaken rondom de herindeling Hoeksche Waard en het gebeuren in Vijfheerenlanden. Ik kom daarop later terug.

Ik ga naar Programma 1: groen, waterrijk en schoon. Wie wil dat nu niet? Belangrijk om te beschermen tegen overstromingen en wateroverlast. Ja, dat is natuurlijk belangrijk want we willen met zijn allen droge voeten houden en niet ons huis zien verdwijnen op het moment dat er een dijk doorbreekt. U weet hoe de PVV daarover denkt; wij zouden toch niet graag willen dat er sprake is van klimaathysterie.

Waar uit zich dat in? Bijvoorbeeld in het verleggen van de norm voor de verhoging van de dijken. Ik had natuurlijk een heel mooi verhaal bedacht voor u over klimaathysterie, maar dat komt niet. Waarom komt dat niet? Omdat ik net als u af en toe de krant lees. Ook al zit u op grote afstand, de koppen zijn misschien groot genoeg. Hier staat: “Met dank aan griep en winter.” Ik begrijp dat het gezonde verstand heeft toegeslagen en dat in ieder geval de AOW-leeftijd in 2023 niet meer wordt verhoogd. En waarom? Dat is vanwege het feit dat de winters strenger zijn geworden. Dat is natuurlijk heel interessant want dat betekent dat wij onze klimaatvoorspellingen enigszins kunnen aanpassen. Hoera!

Goed en veilig grondwater, dat is natuurlijk van wezenlijk belang. Over het dossier DuPont/Chemours, tegenwoordig DowDuPont (het bedrijf wisselt nogal eens van naam) maken omwonenden zich terecht zorgen. Hoewel wij niet van mening zijn dat GS verkeerd hebben gehandeld, vinden wij dat ten onrechte geen financiële steun wordt gegeven aan een onderzoek van de Vrije Universiteit. Ik hoop met name ten aanzien van dit punt dat ik ook andere partijen in onze lijn krijg want wij zouden toch wel graag willen dat dat onderzoek wordt uitgevoerd.

De groenblauwe structuur. Dat is leuk. Hartstikke aardig. Maar, als wij naar onze provincie kijken, dan zien wij dat die eigenlijk best vol aan het raken is. Ook daarop kom ik zo meteen terug. Dus, die groenblauwe structuur, dat gaat er toch wel een beetje om spannen. De boeren die wij nog over hebben komen aardig in het nauw te zitten in de provincie Zuid-Holland. Ook daarop kom ik zo terug. Zolang het groenblauw juist gevormd wordt door weilanden en sloten, kan ik mij voorstellen dat u ons aan de positieve kant van de weg naar groenblauwe structuur vindt, maar anders niet.

Biodiversiteit. Wij hebben helemaal niets, het zal u niet verbazen, met Natuur Netwerk Nederland, voorheen de EHS. Wij hebben ook niets met Natura2000, wat geloof ik nog niet van naam is veranderd. Wij hebben niets met natte ruggengraten, wij hebben niets met droge ruggengraten, wij vinden dat goed omgaan met de omgeving natuurlijk belangrijk is, daar gaat de discussie niet over, maar niet met de hulp van een totaal wereldvreemde aanpak die alleen maar geënt is op één raar idee over hoe onze leefomgeving eruit zou moeten zien.

Duurzame, economisch rendabele, grondgebonden landbouw – ik wou dat één woord was want dan scoorde ik met Scrabble gigantisch – klinkt goed. Wie wil dat nu niet? Maar de landbouw in onze provincie staat al behoorlijk onder druk. Wij hadden het net over de groenblauwe structuur; er is al een conflict met de groenblauwe verlangens. Misschien moet ik niet zeggen groenblauwe, maar groenroze want kennelijk hebben wij een roze bril op, op het moment dat wij kijken naar groenblauwe verlangens. Zuid-Holland speelt, als je het goed bekijkt, maar een hele kleine rol.

En wat zien we dan? De tekst: “Wij willen komen tot een duurzame landbouw en voedselketen in Zuid-Holland.” Oei. Wij krijgen het idee dat er aan de grens van Zuid-Holland een hekje staat en dat wij selfsupporting zijn, maar zo is het niet. Wij moeten denken in een groter geheel. Het klinkt leuk, maar wat moeten wij ermee? Duurzame landbouw vraagt op zich niet minder, maar eerder meer oppervlakte.En ook hier is sprake van een conflict met de ontwikkelingen die zich in onze drukbevolkte en bereisde provincie voordoen. Denk bijvoorbeeld aan de afstand tot de oprukkende woonwijken. Ik had niet gedacht dat ik zoveel tijd zou besteden aan Programma 1.

Een gezonde en veilige leefomgeving. Dat wil iedereen, dat is het punt niet. Maar wij zijn geen eiland. Ook daarin zien wij de grenzen terug. Wij zijn niet alleen, er zijn grotere en andere afspraken nodig dan alleen binnen de provincie van toepassing zijn. Als het om gevaarlijke stoffen en geluid gaat, dan willen wij toch wel even opmerken dat wij wat dat betreft wel wat problemen hebben met de Betuwelijn.

Waarom? Gevaarlijke stoffen worden zo min mogelijk, en dat is een goed streven, door bewoond gebied vervoerd. De treinen worden omgeleid via de Betuweroute, maar langs de Betuweroute wonen veel meer mensen dan u aanvankelijk zou denken, met name in de provincie Zuid-Holland. Het leefmilieu is een optelsom, maar er wordt helemaal geen rekening gehouden met mensen die al aan een snelweg en bij de Betuwelijn wonen en ook nog eens voor hun neus drie windmolens van 150 m hoog hebben staan.

Waarom niet? Omdat die dingen apart bekeken worden. Hoeveel geluid produceert bijvoorbeeld de Betuwelijn? Hoeveel geluid produceert die snelweg of die provinciale weg? Nergens zie je terug: wacht eens even, bij dit huis is het zo dat je daar last van hebt maar ook daarvan. En in veel gevallen wordt niet eens gemeten, er wordt in veel gevallen alleen maar een model opgesteld en dat model bepaalt hoeveel decibel je te verwerken krijgt op jouw huis, op jouw gevel. Toch wel een aandachtspunt. En ik begrijp heus wel dat Gedeputeerde Staten daaraan niet onmiddellijk iets kunnen veranderen, ook al zou dat leuk zijn natuurlijk. Ik wil het echter toch meegeven.

Dan ga ik naar Programma 2 – u zult begrijpen dat dat ons zeer aanspreekt: Bereikbaar en verbonden. Zuid-Holland is de meest verstedelijkte provincie en een goede infrastructuur is van wezenlijk belang want anders komen wij nergens of staan wij ellenlang in de file. Wij hebben gezien dat GS hele goede ambities aan de dag leggen.

Daarover zijn wij het zeker eens. Maar als wij naar die provincie kijken en naar de plannen, maar liefst tot 2047 als het gaat om het sleutelen aan de infrastructuur, dan is er nog wel wat te verbeteren of uit te breiden. Als wij naar de provincie kijken, dan zien wij dat er knooppunten en files zijn juist aan de west- en de oostzijde van de provincie, want daar liggen de enige wegen in de noord-zuidrichting. Als wij naar Amsterdam willen aan de westelijke kant van de provincie, dan kan dat alleen via de A4 enzovoorts. Wonen wij meer in het oostelijk deel van de provincie, dan kunnen wij alleen via de A27 naar het noorden, naar Utrecht en Amsterdam, en die wegen staan helemaal vol, en niet alleen in de spitsuren. Als we dan kijken naar de ambities van het college, dan gaan die naar ons idee niet ver genoeg.

Wat zouden wij willen? Wij begrijpen heus wel dat we hier geen bestelling kunnen plaatsen, al zou dat heel handig zijn, maar het zou leuk zijn als het college zich wel gaat inzetten voor wat ik nu ga noemen. Als wij kijken naar de A15 ten noorden van Dordrecht, de weg in de richting van Gorcum, dan staat er een verbreding op de planning – dat is positief, waarvoor dank – tot Sliedrecht. Daarmee verleg je een groot gedeelte van de flessenhals die er nu al eerder ligt. Wat is het punt? Op het moment dat je daar nog een flessenhals inbouwt en niet verbreedt tot Gorcum, krijg je nog een opstopping van het verkeer. Zou je de weg verbreden tot het knooppunt bij Gorcum, dan ben je daar redelijk vanaf want dan heeft het verkeer een ontsnappingsroute, hetzij in het zuiden de A27, hetzij naar het noorden.

Ik had het net over de westelijke vleugel en de oostelijke vleugel van de provincie en het verkeer dat zich aan beide kanten ophoopt. Het zou heel mooi zijn als wij toch eens overwegen, en ik zie dat er al een aantal mensen naar de interruptiemicrofoon gaan, om de N3 – geen provinciale weg, maar een rijksweg, maar toch spreek ik de gedeputeerde aan – die bij Dordrecht loopt te verlengen helemaal tot Amsterdam. Wij hebben een hele mooie rondweg rondom Amsterdam en wij zouden heel veel verkeersoverlast aan de westelijke en oostelijke vleugel in de provincie verminderen, als wij dwars door het Groene Hart gaan. Ik durf het bijna niet te zeggen.

Wat ook wel leuk zou zijn, en dat ontlast natuurlijk de A27, is een spoorlijn tussen Breda en Utrecht. Waarom was die er bij wijze van spreken honderd jaar geleden nog niet? Dat is eigenlijk best vreemd. Als je kijkt naar die A27, toch een heel belangrijke weg die door een deel van Zuid-Holland loopt, dan zie je dat het verkeer voor geen meter loopt en er alleen maar een busverbinding is, weliswaar een Q-bus, maar het loopt niet. Een spoorlijn zou zo veel verbeteren.

Wat wij verder graag zouden willen, en dan gaat het over het verbonden zijn binnen de provincie, is dat er wat meer gebruik wordt gemaakt van de Kiltunnel. Voor de Kiltunnel wordt op dit moment een toltarief gevraagd. In 2012 hebben wij een motie ingediend, waarin wij vroegen om die tol onmiddellijk helemaal af te schaffen. Wij kunnen ons verplaatsen in het feit dat dat niet onmiddellijk kan, daar zijn ook redenen voor te bedenken, maar wij zullen toch komen met een motie, geen herhaling van 2012 maar met een andere insteek. Wij zouden graag zien dat de hoeveelheid verkeer via de Kiltunnel wordt gestimuleerd door de tol in elk geval te verlagen.

Wat wel heel apart is; als we kijken naar de kengegevens op pagina 335, dan is daar te lezen dat het aantal kilometers provinciale wegen eerder af- dan toeneemt. Dat is natuurlijk intrigerend, als je erover nadenkt. Er staat immers in Programma 2 ‘Bereikbaar en verbonden’. Wat zien wij tot onze verbazing? De provinciale wegen nemen qua kilometers niet toe. Wat ook aanspreekt in Programma 2, vervoer over water is de juiste weg. Wie kent die slogan niet? Wij vragen ons af hoe het stimuleren van dat vervoer over water zich verhoudt, vooral in politieke zin, met een totaal niet rendabele Betuwelijn.

Ik ga naar Programma 3. Als je dat leest, dan denk je: wat is dit toch eigenlijk vreselijk mooi. Ik heb al aangegeven dat wij hele fraaie dingen zagen in Programma 1 en 2, maar bij Programma 3, echt. Ik kwam op een gegeven moment de fractiekamer binnen en daar zat een aantal mensen te snikken, zakdoeken vol te snuiten, want het was zo mooi, dat hadden zij een tijdje niet gezien. Maar het volsnuiten van zakdoeken, merk ik op, is zeer slecht voor het milieu. Maar goed.

Als je kijkt naar wat daar staat, allemaal schitterend. Wij hebben het over innovatief, campussen, hotspots enzovoorts. Maar wat heeft het normale midden- en kleinbedrijf, het bedrijfje in de straat, in huis of in een klein winkelcentrum, daar nu aan? Helemaal niks. Innovatief is een toverwoord en niet zomaar een toverwoord, maar een toverwoord van pornografische proporties, net als klimaat en startups.

Als je erover nadenkt, is het net zomin vernieuwend als het gebruik van windenergie. Windmolens en de windturbines zijn helemaal niet zo efficiënt. Er gaat handenvol geld naartoe en het zou zo veel anders kunnen. Laten wij ons vooral daarop concentreren. Wij zijn niet tegen alternatieve energie, maar wel tegen de monsters die windturbines heten. Wij zien de meerwaarde niet van het Interreg Community Initiative. Het kost geld, maar wat brengt het per saldo op?

Programma 3 is deels een klimaatparagraaf. Een van de dingen waarover wij het met zijn allen hebben – wij misschien wat minder dan andere partijen – is die CO2-uitstoot. Wij doen er zelf aan mee door af en toe uit te ademen. Als ik geen CO2-uitstoot zou hebben, stond ik dit stuk niet voor te dragen. Eigenlijk is dat allemaal vrij eenvoudig op te lossen. Laat ik nu eens een niet-conventionele methode kiezen om de CO2-uitstoot op te lossen. Wat dacht u van de groei van de bevolking beperken? Dat betekent niet alleen minder uitademen, maar ook dat wij minder in de auto kruipen want dan zijn er minder nodig om ons te transporteren. Wij hebben geen kachels nodig in de huizen die wij nu nodig hebben, omdat de bevolking alleen maar groeit. Ik verheug mij op het feit dat hier mensen lyrisch van worden, vooral aan de kant van de SP hoop ik.

Dan gaan wij het hebben over vraag en aanbod wonen, werken, voorzieningen in balans. Dat woord balans valt best wel op. Welke balans? In 2017 is het aantal mensen in Nederland met 111.000 gegroeid. Daarbij gaat het vooral om immigratie met 88.000 mensen. Ik weet dat 2017 nog niet voorbij is maar mijn cijfers van het CBS zijn gebaseerd op de eerste 3 kwartalen en ik kijk ook naar 2016. Dit is een normaal aantal als het gaat om de groei van de bevolking.

Hoeveel daarvan zouden naar Zuid-Holland komen? U begrijpt, hoe aanlokkelijk het ook moge zijn, ik denk dat het merendeel van de nieuwkomers niet in een hunebed kruipt. Drenthe is een leuke provincie, maar iets minder als het om huisvesting gaat. Laten wij even aannemen dat er 18.000 mensen van die nieuwkomers naar Zuid-Holland gaan. Ik denk dat die schatting nog aan de lage kant is. Kunt u zich bij 18.000 ook iets voorstellen?

Ja, ik ga het een beetje aanschouwelijk maken door te zeggen dat een plaats als Hardinxveld-Giessendam – het absolute toeval wil dat ik daar woon – qua oppervlakte over bijvoorbeeld een periode van 10 jaar door u wordt uitgeknipt en op de kaart van Zuid-Holland wordt gelegd. Wat ziet u dan? Ik kan u één ding verzekeren, u ziet nog maar de helft van het Groene Hart of nog maar de helft van andere delen in de provincie die nu vrij zijn.

Dat is geen balans, als ik daarover nadenk en als ik de inwoners van Hardinxveld-Giessendam zich als een gek met plaats en al zie vermenigvuldigen. Nee, dat is een ramp. Buiten de aanslag op onze totale woon- en werkomgeving brengen immigranten natuurlijk ook nog hun problemen met zich mee. Om een beetje een algemeen beeld te schetsen; wij hebben dan bijvoorbeeld te maken met een dronken Oostblokker. Daar kunt u zich vast wel iets bij voorstellen. Maar ook velen uit islamitisch Azië en Afrika, die blijven hangen in een volslagen achterlijk islamitisch denkpatroon.

Wat is nu het nadeel? En ik zal niet inzoomen op islamitische denkpatronen. Kennelijk is het zo dat die islamitische denkpatronen relatief veel verwarde jongemannen voorbrengt. Waar zien wij dat in terug? Niet in het feit dat ze door onze straten lopen, maar wel in alle betonblokken die vooral in de wat grotere plaatsen, maar ook in steeds meer kleinere plaatsen, opduiken. Waarom? Omdat er kennelijk heel veel verwarde mensen, veel meer dan toen ik jong was, in een auto kruipen of in een vrachtwagen kruipen, al dan niet in hun bezit zijnde, en inrijden op … Die betonblokken liggen daar niet omdat zij zo sierlijk zijn. Er staat niet eens een plantje in, bij wijze van spreken. Het is echt om aanslagen tegen te houden. Vraagt u zich eens af door wie die aanslagen worden gepleegd en waar die mensen vandaan komen.

Schonere bodem. Ook dat is een onderdeel van het Programma 3. Wat opvalt is dat er alleen gekeken wordt naar de plaatselijke oude afvalstortplaatsen van na 1996, naar mijn idee. Waarom wordt er niet gekeken naar de periode daarvoor? Wellicht weet de gedeputeerde daar het antwoord op. Ik kan het niet zo snel opzoeken. Volgens mij missen wij een heel stuk, als het gaat om het saneren van afvalstortplaatsen.

Dan ga ik naar Programma 4: Bestuur en samenleving. Tja, een aantal jaren geleden raakten wij Woerden al kwijt aan de provincie Utrecht. En nu zien wij weer dat een groot gedeelte van Zuid-Holland naar Utrecht dreigt te gaan. Dat is jammer. Niet omdat ik gehecht ben aan het groothouden van de provincie Zuid-Holland maar waarom? Er zit een aantal plaatsen bij dat echt Zuid-Hollandse plaatsen zijn. Die hebben er geen enkele behoefte aan om naar Utrecht te gaan.

We zijn er niet blij mee en wij vinden dat GS daarin een redelijk passieve houding aan de dag hebben gelegd. Als wij kijken naar de Hoeksche Waard – mijn collega Zwerus heeft daarover in het verleden al aardig wat gezegd – daar is ooit een referendum gehouden. Dat is compleet genegeerd. Een aanfluiting voor de democratie, want waar zijn wij hier voor? Wij zijn er om te luisteren naar de mensen die wij vertegenwoordigen. Daar zitten wij voor en daar staan wij voor. En als je dan kijkt naar hoe er omgegaan is met het referendum van tien jaar geleden, dat is in lijn met wat er nu met het kabinet-Rutte III gebeurt: “Dat referendum, dat geloven wij wel.” D66 komt nu natuurlijk zeggen dat het referendum verdedigd wordt en blijft…

De PVV is natuurlijk kritisch op subsidies. Ik ga er nu niet verder op in. Ik herhaal dat alleen maar want, u weet, herhaling is de kracht van reclame. Natuurlijk wel even een prikkertje. Wij zien niets in de waarborgen basisvoorzieningen cultuurparticipatie. Echt helemaal niets.

Hebben wij ook leuke opmerkingen? Ja wij hebben ook een leuke opmerking. Ik heb al een aantal keren aangegeven dat wij best enthousiast zijn over bepaalde punten. Dat is ook gewoon zo. Op één ding wil ik inzoomen. Ik wil gedeputeerde Janssen een pluim geven. U vraagt zich nu ernstig af hoe u in vredesnaam aan een pluim van de PVV kunt komen. Het kan. Toevallig was het ook mijn woordvoerderschap. Vandaar dat het mij voor eeuwig bijgebleven is.

Het ging over het borgen van de kennis in het sociaal domein. Kunt u zich vast nog herinneren. Dat hadden wij op een gegeven moment in de commissie en wat viel mij daarbij nu op? De gedeputeerde beantwoordde niet zoals gebruikelijk de vragen. Hij zei ook niet ‘dat kunt u nu wel denken’, gevolgd door een aantal argumenten. Nee, hij stelde zich heel kwetsbaar op, heel open. Hij zei: “Dit zijn onze plannen, maar ik heb geen idee of we dat gaan halen.” Wij willen alleen heel graag dat u meedenkt en dat wij gaan proberen er met zijn allen iets heel moois van te maken.

Dat vind ik nou positief. Dat is een voorbeeld voor iedereen. Waarmee ik overigens de andere gedeputeerde natuurlijk niet minder wil behandelen als het gaat om het geven van lof. Wij zouden graag willen vragen of GS eens zouden willen nadenken over de afschaffing van de precariobelasting.

Tot slot. Zuid-Holland is een uitermate klein stukje grond. Een klein, uit zijn voegen puilend kamertje in het Brusselse hotel Californië. In die kleine ruimte hebben wij te maken met de infiltratie van barbaren, bekladding van woningen, kans op aanslagen, files en zo kan ik nog heel veel andere dingen verzinnen, waarmee wij bijna dagelijks te maken hebben. Dat is onze speelkamer, vol gevaren en vol uitdagingen. Hoe vertellen wij dat we aan onze kinderen?

Dank u wel.