Spreektekst Weerkrachtig Zuid-Holland (Cie V&M, 6-2-2019)

Voorzitter,

Dank voor het woord. De Partij voor de Vrijheid heeft kennisgenomen van de rapporten over een weerkrachtig Zuid-Holland. Onze gevoelens hierbij zijn gemengd. Als eerste willen wij opmerken dat het de primaire taak van de overheid is om haar burgers tegen onheil van buiten te beschermen.

Onheil dat op vele wijzen tot ons kan komen en waartoe wij onze grenzen bewaken. Het begrip grenzen kent in dit geval de dimensie dijken en waterkeringen.

Helaas wordt in deze nota die overheid op het verkeerde been gezet. Daar waar op het voorblad van de nota duidelijk de link naar “weer” word gelegd, gaan we in de nota al gelijk het stokpaard “klimaat” bereiden.

Voorzitter, helaas zijn de begrippen “weer” en “klimaat” niet hetzelfde. Het klimaat op onze planeet verandert, dat is een feit en dat feit manifesteert zich al 4,5 miljard jaar. Het weer daarentegen verandert continu; ik hoef u niet te vertellen dat “weer” en “klimaat” geen exacte wetenschappen zijn.

Afgelopen week hebben we dat duidelijk kunnen merken toen “weerdeskundigen” als gevolg van heftige sneeuwval een horrorfile voorspelden, maar helaas er viel in onze regio geen vlokje sneeuw. Diezelfde deskundigen voorspellen ons extreme warme zomers, langdurige regenval en onder onheil.

Voorzitter, uit ervaringen van de afgelopen 60 jaar kan ik u vertellen dat we wel vaker langdurige warme zomers hebben meegemaakt, evenzo kwamen in de periode langdurige regenval voor. Zelfs forse sneeuwval en langdurige vorst kwamen voor waarin wij ons konden vermaken met een aantal Elfstedentochten.

Voorzitter, ik wil hiermee aangeven dat extreem weer in dit deel van de wereld wel vaker voorkomt. De Nederlanders hebben zich altijd kunnen aanpassen aan dat extreme weer, laten we dan ook gewoon nuchter Nederlands blijven doen en verder gaan waarin we goed zijn, ons voorbereiden op hoog water door de dijken op hoogte te brengen en te houden.

Tegen langdurige regenval leggen we waterbergingen aan en in geval van langdurige droogte spreken wij het water in die waterbergingen aan. Dat alles gebeurt in Nederland in goed overleg tussen gemeenten, waterschappen, de provincie en het Rijk. Bij deze samenwerking past een nuchtere aanpak, maar de voorliggende nota staat bol van deugtaal en “kijk ons eens deugen” symboliek; 55 pagina’s om te verklaren hoe goed we wel niet bezig zijn, met daarbij de onderliggende boodschap dat we de wereld wel even gaan redden.

Voorzitter, ik zou de gedeputeerde graag willen vragen om wat minder van deze klimaat-evangelie boodschappen te verkondigen en gewoon aan het werk te gaan waarmee de overheid zich primair hoort bezig te houden: het beschermen van de burger. Als eerste door te stoppen met dit soort nota’s en gewoon verder te gaan waar in het verleden kundige weg- en waterbouwers onze voeten droog en het hoofd koel hielden.

Voorzitter, tot zover.